Brief uit het atelier #48
Een echte striptekenaar!
Lieve lezer,
Het is 1989. Wie mij vraagt wat ik later wil worden, krijgt koppig hetzelfde antwoord: striptekenaar. Wanneer ik geen strips teken, lees ik ze. Vooral Jommeke, die op zijn elfde aan de ontbijttafel kan aankondigen dat hij even over en weer naar Egypte moet om een komkommer te halen. Ik wil Jommeke zijn, of nog liever Filiberke, die in diezelfde strip komkommer-in-’t-zuur speelt en door zijn vrienden wordt voortgeduwd in een kuip vol azijn op wielen.
Het voelt alsof ik vandaag een oude belofte inlos aan de achtjarige-ik, want met de allereerste publicatie van Grote broer & kleine zus in het magazine Otheo voel ik me voor het eerst een echte striptekenaar.
Vuistje aan mijn jonge zelf.

Een les in de zon
Een week geleden trek ik, na wat een regenachtige eeuwigheid lijkt, weer naar buiten om les te geven. De leerlingen liggen geblinddoekt in het gras van het Rodenonnenpark, terwijl ik hen voorlees uit Bas & Daan graven een gat van Mac Barnett en Jon Klassen.
In deze lessenreeks rond Literaire Illustratie hebben we het over de spanning tussen tekst en beeld. De tekst uit het boek vertelt het verhaal van Bas & Daan die beslissen een gat te graven, op zoek naar iets heel bijzonders. Onder de eerste lentezon lees ik hardop hoe ze graven, van richting veranderen, zich opsplitsen, maar eigenlijk nooit iets heel bijzonders vinden. De tekst op zich klinkt bijna saai, alsof er niets gebeurt in het boek. De tekeningen vertellen echter iets helemaal anders …
In de prenten van Jon Klassen zie je hoe Bas & Daan voortdurend steeds groter wordende schatten mislopen. Het hondje dat hen vergezelt (en waar geen spoor van terug te vinden is in de tekst) weet telkens wél waar er iets te vinden is. Ik lees het boek opnieuw. Daarna gaan de blinddoeken uit en schetsen de leerlingen een storyboard dat toont hoe de tekeningen er volgens hen uitzien. Wanneer we hun werk bespreken voel ik aan de leerlingen hoe uitdagend deze opdracht is, hoe moeilijk het is om visuele geletterdheid op te bouwen. Tegelijkertijd zie ik hun talent en creativiteit door de kieren van hun prenten gluren.
Om af te sluiten leest een van de leerlingen het boek voor aan de klas, waarbij ze de prenten toont en er bij iedereen een deurtje in het hoofd lijkt open te gaan. Misschien is dat vooral wat lesgeven is: deurtjes openen. In de zon, als dat kan.
Post uit Japan
Luis Mendo is een auteur en illustrator die in Japan woont. Ik volg hem al lang en dat mag je letterlijk nemen: in februari ‘24 zat ik op een terrasje in Barcelona, waar ik hem plots voorbij zag wandelen. Ik kon het eerst niet goed plaatsen, gezien de man in Tokio woonde, maar ging hem toch achterna. Het werd een fijne ontmoeting, waarbij ik de eerste (en voorlopig laatste) selfie uit mijn carrière nam.
Een jaar later sprak ik hem in De Podloodlijn, een telefonische spin-off van m’n podcast Podlood, en enkele weken geleden – om precies te zijn: dag op dag één jaar na het verschijnen van De Podloodlijn – vind ik een bericht van Luis in m’n mailbox. Hij wil me graag zijn boek Mundo Mendo opsturen.
Mundo Mendo is naast een boek ook de betalende nieuwsbrief van Luis, waar ik al sinds het begin op geabonneerd ben. Hij deelt er tekeningen, verhalen en ideeën die je op andere platformen nooit ziet. Die tekeningen – vaak strips – cureert hij en werkt hij vervolgens uit in een handzaam Japans gebonden boek dat hij zelf uitgeeft op 1000 exemplaren. Wie zich abonneert op Mundo Mendo krijgt er vanaf nu ook dit boek bij.
Luis Mendo is een zeldzame, genereuze en hartelijke mens in een samenleving die dat steeds minder lijkt te zijn. Hij tekent en schrijft zonder dikdoenerij, vanuit een onbevangen kijken naar de wereld. Ik kan je zijn Mundo Mendo alleen maar aanbevelen, het is een plek waar je je meteen thuisvoelt.
In de kantlijn
Grote mensen weten niets werd vorige week gerecenseerd door Lezersgoud. Voor mij was het alvast een plezier om te lezen hoe het boek ontvangen werd: “Aan alles merk je dat Devos een scherp observeerder is. Niet alleen wat betreft hoe kinderen denken en of reageren, maar ook is daar een stuk reflectie ten aanzien van de volwassen mens en de maatschappij. En dat alles wordt met een dosis humor verwoord en verbeeld, zodanig dat je tijdens het zelf lezen al spontaan in de lach schiet. [… ] Grote mensen weten niets is een zeer doordacht, fantastisch, écht prentenboek. Sterk beeld, zo mogelijk nog sterkere tekst. […] Na het prachtige filosofische Vos, vogel en ik heeft Devos een totaal ander maar evenzo geweldig werk toegevoegd aan zijn oeuvre.”
In de recensie is er ook aandacht voor de vormgeving door Dries Desseyn, en daar ben ik heel blij om. Dries is zowat de enige persoon aan wie ik de vormgeving van een boek toevertrouw, want je krijgt altijd een cadeautje terug. Je leest het volledige stuk op deze link.
Toen het nog regende zette ik warme chocolademelk voor Billie en mezelf en keken we onder een dekentje naar The NeverEnding Story, een film uit 1984 waarbij de jonge Atreyu de verbeelding van de mensheid redt. We zingen al de hele week het gelijknamige openingslied. Wat een plezier.
Nu ik erover nadenk, de wereld kan vandaag wel een Atreyu gebruiken.
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik brak opnieuw mijn high score in Tetris DX. Met 876.691 punten sta ik momenteel 109de op de wereldranglijst. Ik voel me een beetje zoals Marty Supreme, maar zonder al het gedoe. En de zelfingenomenheid. En het gepingpong.
Toen ik vijftien was hing er in de woonkamer van een vriendin een ingelijste strofe uit het gedicht Totem van Paul Snoek. Ik las het altijd wanneer ik er op bezoek was en leerde het zo uit het hart:
“Ik wilde een keizer worden
in dit leven van dwergen,
maar ik kon de zachtheid
van de perzik niet vergeten
en bleef een heel jong kind.”
Tot later 👋
Warme groet,
Kristof






Wat een geweldige manier van lesgeven!
Wat leuk. Hoe oud zijn de kinderen van de lessenreeks?